maandag 29 oktober 2007

achter de schermen

Na het luilekkeren werd het weer tijd om aan het echte werk te beginnen. Keihard afzien op het openbaar vervoer. Weet dat er aan elke leuke uitstap een vreselijke reisrit voorafging. Deze keer was het tanden bijten. 2 dagen onderweg met allerlei vervoersmiddelen: een zee-onwaardige kano, een minibus, een luxebus, een truck, een ferry, een chickenbus en tot slot..... geen overzetboot. Wat jammer.... Het populairste vervoersmiddel is de Bemo, een minibus dat elke 5 m stopt om personen op te laden. De bemo zit nooit vol, er kan altijd iemand bij zelfs al is er geen vierkante centimeter ruimte over. De bemo heeft een capaciteit van 9 westerlingen of 30 Indonesiers binnen, 10 hangend aan de buitenkant en 10 op het dak. voor huisdieren, inkopen, huisraad, meubels, je marktkraam of de hele oogst moet je niet bijbetalen, die neem je gewoon mee. De Indonesiers zelf zijn nauwelijks breder dan de kippen die goed vertegenwoordigd zijn in de bus. Beenruimte is een woord dat hier niet bestaat. Als er al plaats is om je voeten te zetten, wordt die gebruikt om dozen met -vraag me niet wat- te stapelen. Na 10 minuten op de bemo beginnen je ledematen te slapen, maar je hebt geen ruimte om ook maar een mm te bewegen. Als je echt het gevoel krijgt dat er geen bloed meer in je lichaam zit, kun je mits veel moeite een andere houding aannemen, maar dan moet de ganse rij mensen van positie veranderen. Voor je het weet ligt je buur op je schouder te slapen. Echt bizar is dat, alsof die ongevraagd je persoonlijke ruimte binnendringt. Je kan enkel hopen dat je dicht bij een raam zit om de lookgeur niet de hele rit te ruiken. Als je dan een rit van 9 uur voor de boeg hebt kan je enkel hopen dat deze snel passeren. Erger wordt het als je moet plassen. Door de kronkelige wegen wordt je achtereenvolgens helemaal naar rechts of naar links platgedrukt. Vreselijk met een volle blaas. In de bemo is er nauwlijks ademruimte. Teveel mensen die door de hitte aan elkaar plakken. Je hebt het gevoel dat je letterlijk met je buur versmeld. Maar de ademnood belet het manvolk niet om elke 10 minuten een nieuwe sigaret op te steken. Dat is de normaalste zaak van de wereld. De bemo ziet er uit als een wrak en dat is hij ook. Af en toe wordt een rit onderbroken om de remschijven of de wielen te repareren. Gelukkig worden er plaspauzes ingelast, hoewel het woord gelukkig hier niet goed gekozen is. De goorste toiletten kom je tegen. Op de deur staat het opschrift: gelieve je schoenen uit te doen. Enkel als je een bizarre ziekte wilt oplopen raad ik je aan om deze toiletten blootsvoets te betreden. Een andere ergernis is het rochelen. Oud jong, groot en klein rochelt dat het een lieve lust is. Dan denk je toch dat de rochel door de ruit verdwijnt maar dat is niet zo. Alle rochels blijven in de bemo, op de grond of tegen het raam. In tegenstelling tot de rochels verdwijnt je rugzak op het dak. Die wordt niet vastgelegd, en er is ook geen rekje voorzien. Op goed geluk dan maar. Hoewel dit vervoer hels en vreselijk kan zijn, wordt er veel gelachen, gepraat en is dit de uitgelezen plaats om contacten te leggen met de lokale bevolking. Het is een ervaring appart, zoveel is zeker.

Geen opmerkingen: